Even schetsen hoe het ladderspel werkt. Je hebt één, twee of een groepje kleuters aan elke kant van de ladder staan. Een kleuter aan de ene zijde van de ladder heeft de rode dobbelsteen, een andere kleuter aan de andere zijde van de ladder heeft de blauwe dobbelsteen. Als er meerdere kleuters zijn verdeelt men ze in twee teams en geef je de kleuters best een gekleurd bolletje of kruisje op de hand met een blauwe en rode stift, zodat ze weten tot welke ploeg ze behoren. Dan gooit de ene kleuter met de dobbelsteen, hij telt de zwarte bolletjes. De kleuter krijgt een wasknijper en begint van onder naar boven te tellen. Hij start dus op de onderste trede, en gaat het aantal treden naar boven volgens het aantal ogen die hij op de dobbelsteen telde. Daar bevestigd hij zijn wasknijper. Dan is het de beurt aan de andere kleuter, hij gooit met zijn dobbelsteen en telt ook het aantal zwarte bolletjes die bovenaan liggen. Hij of zijn bevestigd ook zijn of haar wasknijper op de juiste trede van de ladder. Dan is de eerste kleuter weer aan de beurt, of de volgende kleuter uit het eerste team. Daarna opnieuw de tweede kleuter of een andere kleuter uit het tweede team. Zo gaat het spel verder en de kleuter of het team van kleuters die als eerste bovenaan de ladder is, heeft het spel gewonnen. Je kan het spel, al naar gelang de leeftijd van de kleuters vereenvoudigen door bijvoorbeeld kleuren aan te brengen op de dobbelsteen of deze aan te passen dat de kleuters maar moeten tellen tot aan drie in plaats van tot aan zes. Je kan het niveau van het spel ook moeilijker maken door een min- en plusteken extra te gebruiken. Als de kleuter dan min twee gooit moet hij of zij dan met zijn of haar wasknijper twee treden naar beneden gaan. Gooit hij of zij daarna plus drie, dan moet de wasknijper terug drie treden naar omhoog, enz. Daar het spel kan worden aangepast aan elk thema en moeilijkheidsgraad, is het dus te gebruiken in zowel tweede als derde kleuterklas en bij elke wiskunde initiatie. Uit ervaring weet ik dat de kleuters het een erg leuk en leerrijk spel vinden.
zaterdag 15 januari 2011
LADDERSPEL
Even schetsen hoe het ladderspel werkt. Je hebt één, twee of een groepje kleuters aan elke kant van de ladder staan. Een kleuter aan de ene zijde van de ladder heeft de rode dobbelsteen, een andere kleuter aan de andere zijde van de ladder heeft de blauwe dobbelsteen. Als er meerdere kleuters zijn verdeelt men ze in twee teams en geef je de kleuters best een gekleurd bolletje of kruisje op de hand met een blauwe en rode stift, zodat ze weten tot welke ploeg ze behoren. Dan gooit de ene kleuter met de dobbelsteen, hij telt de zwarte bolletjes. De kleuter krijgt een wasknijper en begint van onder naar boven te tellen. Hij start dus op de onderste trede, en gaat het aantal treden naar boven volgens het aantal ogen die hij op de dobbelsteen telde. Daar bevestigd hij zijn wasknijper. Dan is het de beurt aan de andere kleuter, hij gooit met zijn dobbelsteen en telt ook het aantal zwarte bolletjes die bovenaan liggen. Hij of zijn bevestigd ook zijn of haar wasknijper op de juiste trede van de ladder. Dan is de eerste kleuter weer aan de beurt, of de volgende kleuter uit het eerste team. Daarna opnieuw de tweede kleuter of een andere kleuter uit het tweede team. Zo gaat het spel verder en de kleuter of het team van kleuters die als eerste bovenaan de ladder is, heeft het spel gewonnen. Je kan het spel, al naar gelang de leeftijd van de kleuters vereenvoudigen door bijvoorbeeld kleuren aan te brengen op de dobbelsteen of deze aan te passen dat de kleuters maar moeten tellen tot aan drie in plaats van tot aan zes. Je kan het niveau van het spel ook moeilijker maken door een min- en plusteken extra te gebruiken. Als de kleuter dan min twee gooit moet hij of zij dan met zijn of haar wasknijper twee treden naar beneden gaan. Gooit hij of zij daarna plus drie, dan moet de wasknijper terug drie treden naar omhoog, enz. Daar het spel kan worden aangepast aan elk thema en moeilijkheidsgraad, is het dus te gebruiken in zowel tweede als derde kleuterklas en bij elke wiskunde initiatie. Uit ervaring weet ik dat de kleuters het een erg leuk en leerrijk spel vinden.
maandag 4 januari 2010
MIJN HOBBY
Het spreekt vanzelf dat ik mijn hobby als muzikant verder ontwikkel in verschillende muzikale verenigingen. Als lid van de harmonie Sint-Cecilia in Oostrozebeke en het jeugdorkest 'The Young ones' in Tielt vertoef ik veel uurtjes in een toffe sfeer met vrienden.
De websites:
http://www.harmonieoostrozebeke.be
http://www.vermaak-na-arbeid.be
VIRTUELE RONDLEIDING
Voor ICT moesten we allemaal een virtuele rondleiding maken van een bepaalde basisschool naar keuze. Ik koos namelijk de school waarin ik opgroeide. Ik heb daar niet over nagedacht, omdat ik heel graag nog eens wou terug gaan naar mijn oude school. Ik heb daar toch een lange en mooie tijd beleefd toen ik kind was. Als ik daar was om foto’s te nemen, vond ik het dan ook zeer fijn om alle ruimtes en klassen terug te zien. Het viel op dat er toch het één en ander veranderd was sedert dat ik daar weg ben. Ik heb er honderden foto’s gemaakt, thuis de mooiste uitgekozen en bewerkt met het programma ‘Picassa 3’. En daarna in het programma ‘Photostory’ een virtuele rondleiding gemaakt. Je kan het resultaat hieronder bekijken.
MUZISCH PROJECT
Voor het nieuwe vak dit jaar namelijk 'Muzische grondhouding' stonden we voor de uitdaging een 'Muzisch project' in elkaar te steken. In groepjes van zes studenten zaten we samen om te brainstormen. En de gekste ideeën die in ons opkwamen mochten we gebruiken. We hadden al onze fantasie en creativiteit nodig voor deze opdracht. We hoorden die ook van de andere groepen. En toen we onze doelgroep te horen kregen, mochten we ons idee verder en specifiek gaan uitwerken.Ons eerste idee was de 'rode pamper kabouters' maar het thema ging te commercieel zijn, en ook niet geschikt voor onze doelgroep. Daarom hebben we de 'Iti's' uigevonden. Na heel veel voorbereiding: kledij kiezen, namen kiezen voor de Iti's, teksten bedenken, liedjes in elkaar steken, vlagjes knutselen,... waren we enthousiast, maar zaten vol spanning om het project voor te stellen.
In Mivalti maakten ze kennis met de Iti's! Kiki, Nini, Sisi, Bonny, Lili en Fifi zijn hun vriendje Ricky kwijt. Door middel van zijn favoriet spelletje: het vlaggenspel, proberen de Iti’s hem terug te vinden. Ze vinden hem niet! Maar plots... rinkelt de telefoon. Het is Ricky aan de telefoon, en hij vertelt dat hij de andere Iti’s ziet, en komt naar hen toe gelopen. Samen zingen alle Iti’s blij:
Zeven iti’s zijn zo blij, Zeven iti’s met hem erbij,
Je hebt ons geholpen, we zijn in de in de wolken!
We moeten nu gaan, maar der komt nog iets aan.
Zeven iti’s zeggen VAARWEL!
Alle bewoners zijn dol enthousiast en dansen en zingen mee met de Iti's. Ze waren vreugdevol, en wij hebben veel dankbaarheid van hen gekregen! Het project hebben we tot een goed einde gebracht, en ik vond het persoonlijk een héél leerrijke ervaring, die ik nooit zal vergeten!
De site van Mivalti: http://www.mivalti.be
KOFFER
Toen kon ik aan de slag om mijn ontwerp in acrylverf op mijn koffer te schilderen. Uren en dagen lang heb ik eraan gewerkt. Maar ik ben super tevreden over mijn resultaat. Ik vond het een heel leuke opdracht! Je was vrij en mocht creatief te werk gaan.
FANTASIEMONSTER
Het monstertje werd afgewerkt met acrylverf in veel verschillende kleuren en verder nog watjes, ijzerdraad en glitterlijm.
Ik had eigenlijk geen inspiratiebron om mijn monster te maken. Ik heb stuk voor stuk een element aan mijn monster toegevoegd tot ik het gewenste resultaat bekwam. Mijn uiteindelijke doel was een monster creëren die lief en schattig is. Met andere woorden een monstertje die zou passen in de kleuterklas.
CREATIEF HANDBOEK
- Lijntekenen en vormen
- Licht en schaduw
- Proportie en schaal
- Perspectief
- Het tekenen van gezichten en lichamen
Dit is een echte aanrader, en nuttig voor de opleiding kleuteronderwijs.
